Log in

  • Gepubliceerd in Voetbal

Sinds enkele jaren worden voor de teamindeling indelingsrichtlijnen gehanteerd. Hieronder de belangrijkste zaken op een rijtje.


UITGANGSPUNTEN

De uitgangspunten voor het indelen van de teams zijn als volgt:

1.   De beste spelers staan de in de standaardelftallen, ongeacht of het eerste- of tweedejaars zijn.

2.   Spelers worden niet in een lager team ingedeeld dan waarin zij het afgelopen seizoen hebben gespeeld, tenzij in een leeftijdsklasse meer teams moet worden gevormd dan in het voorgaande seizoen.

3.   Er worden geen teams gevormd waarin alleen de kwalitatief mindere spelers staan.

4.   Een "hoger" team moet als geheel wat sterker zijn dan een lager team (b.v. JO11-3 wat sterker dan JO11-4) omdat een "hoger" team door de KNVB hoger wordt ingedeeld..

5.   Bij de JO09-pupillen worden de eerste en tweedejaars zoveel mogelijk gescheiden gehouden.

6.   Voorkom dat complete teams jaren achtereen bij elkaar blijven.

7.   Indien er goede redenen om van de richtlijnen af te wijken is dit bespreekbaar.


BEOORDELING SPELERS

Om het indelen gemakkelijker te maken worden alle leiders en trainers afzonderlijk worden gevraagd hun spelers te beoordelen. Daarnaast worden de spelers ook beoordeeld door een vertegenwoordiger van commissie jeugdtechnische zaken.
 

INDELING OP BASIS AANTAL TEAMS PER LEEFTIJDSKLASSE
De manier van indelen van de teams is afhankelijk van het aantal teams per leeftijdsklasse. Hieronder staan de richtlijnen die worden gebruikt bij het indelen

2 TEAMS PER LEEFTIJDSKLASSE

  • De beste spelers worden, ongeacht of het eerste- of tweedejaars zijn, ingedeeld in het standaardteam.
  • De overige spelers komen in het 2e team.

3 TEAMS PER LEEFTIJDSKLASSE

  • De beste spelers worden, ongeacht of het eerste- of tweedejaars zijn, ingedeeld in het standaardteam.
  • De overige spelers worden verdeeld over het 2e team en het 3e team.

4 TEAMS PER LEEFTIJDSKLASSE

  • De beste spelers worden, ongeacht of het eerste- of tweedejaars zijn, ingedeeld in het standaardteam.
  • Eerstejaars die uit het standaardteam van een lagere leeftijdsklasse komen en nog te kort komen om meteen in het standaardteam te spelen worden zoveel mogelijk ingedeeld in het 2e team. Indien nodig het 2e team aanvullen met de beste overblijvers (bij de D bestaat het 2e team uit de betere eerstejaars).
  • De overige spelers zodanig verdelen dat het 3e en het 4e team redelijk gelijkwaardig zijn.

5 TEAMS PER LEEFTIJDSKLASSE

  • De beste spelers worden, ongeacht of het eerste- of tweedejaars zijn, ingedeeld in het standaardteam.
  • De "betere" eerstejaars die nog te kort komen om meteen in het standaardteam te worden ingedeeld, komen in het 2e team. Indien nodig het team aanvullen met de beste overblijvers (bij de D bestaat het 2e team uit de overige betere tweedejaars spelers).
  • De overige spelers zodanig verdelen dat het 3e, 4e en 5e team redelijk gelijkwaardig zijn (bij de D bestaat het 3e team uit de betere eerstejaars en worden de overige spelers verdeeld over het 4e en 5e team).

6 EN MEER TEAMS PER LEEFTIJDSKLASSE

  • De beste spelers worden, ongeacht of het eerste- of tweedejaars zijn, ingedeeld in het standaardteam.
  • Het 2e team bestaat uit de betere overige tweedejaars.
  • Het 3e team wordt gevormd door de "betere" eerstejaars.
  • De overige spelers zodanig verdelen dat de overige teams redelijk gelijkwaardig zijn (In F-klasse worden de overige spelers op leeftijd ingedeeld).

 

DEFINITIEVE INDELING
De spelersbeoordelingen van de leiders/trainers en de vertegenwoordigers van commissie jeugdtechnische zaken worden naast elkaar gelegd om tot een zo goed indelingsvoorstel te komen welke wordt besproken tijdens leidersbijeenkomsten.

We hopen dat er begrip is voor het feit dat het onmogelijk is om het iedereen volledig naar eigen wensen in te delen.